Is er kans op wateroverlast rond het complex na de werken?

Antwoord

Wanneer het regent, zal de regen ook terechtkomen in de ingesleufde A12, de fiets- en tramtunnel. Deze constructies bevinden zich onder het maaiveldniveau. Het regenwater dat hier terechtkomt zal worden opgevangen in ondergrondse opvangbekkens. Het regenwater zal vervolgens via een pompinstallatie naar het bovengronds afwateringssysteem worden gebracht.

Regenwater dat terechtkomt op de bovengrondse infrastructuur van het complex wordt opgevangen in bufferbekkens. Er worden twee bufferbekkens aangelegd. Aan de zijde van Meise wordt het bufferbekken aangelegd tussen de afrit van Brussel en de ventweg met aansluiting op de Patatestraat. Aan de zijde van Londerzeel wordt het bufferbekken aangelegd tussen de tramtunnel, de Kerkhofstraat en de ventweg in noordelijke richting. Er worden ook open grachten aangelegd om water op te vangen. Zo neemt de grond rond het complex beter water op.

De ondergrondse bekkens en de bufferbekkens sluiten vervolgens aan op de Westrodebeek via een vertraagde afvoer. Dat wil zeggen dat het water niet allemaal tegelijkertijd in de Westrodebeek terecht komt. Doordat regenwater in de toekomst opgevangen wordt door de bekkens, zal de Westrodebeek in de toekomst minder zwaar belast worden. Zo neemt het risico op wateroverlast af.

Toch is er ter hoogte van de Westrodebeek, na het aanleggen van de bekkens, nog kans op eventuele wateroverlast. Dat komt omdat het regenwater afkomstig van de bekkens niet het enige water is dat aansluit op de Westrodebeek. Water, afkomstig van andere locaties, komt ook terecht in dezelfde beek. Het is dus mogelijk dat er in de toekomst nog sprake is van wateroverlast. Het aanleggen van de bekkens aan het complex vermindert de kans op wateroverlast.